Labrador retriever

Kleur en genetica

Home >> Labrador Retriever >> Kleur en genetica

De Labrador is erkend in drie kleuren: zwart, geel (ook wel blond, deze kleur kan in de praktijk variëren van crèmekleurig tot vossenrood) en chocoladebruin (ook wel chocolate of leverkleurig). Sommige mensen claimen dat er ook grijze of zilverkleurige Labradors bestaan, maar deze kleur is niet erkend. In dit stuk bespreek ik de vererving van de drie kleuren, die ik voor het gemak gewoon zwart, geel en bruin zal noemen.

genen en allelen


Eerst een stukje achtergrond over genetica. De kleur van een dier wordt, zoals bijna alle aangeboren eigenschappen, bepaald door de genen van dat dier. Zo is er bij de Labrador bijvoorbeeld één gen dat verantwoordelijk is voor de kleur geel. Van elk gen heeft een dier twee allelen; dit zijn als het ware de verschillende ‘versies’ eigenschappen die bij dat gen horen. Bij het gen voor geel zijn er bijvoorbeeld twee verschillende versies (dus twee allelen): eentje voor ‘wel geel’ en eentje voor ‘niet geel’. Genen worden doorgegeven door ouderdieren; één allel van elk gen komt van moederskant en één allel komt van vaderskant. Allelen kunnen dominant zijn (dat betekent dat als je er ook maar één van hebt, dit altijd tot uiting komt) of recessief (dan heb je twee dezelfde nodig om er iets van te merken). Een dominant allel wordt aangeduid met een hoofdletter, een recessief allel met een kleine letter.

Bron: Wikipedia

zwart en bruin


Bij de kleurvererving van Labradors zijn er twee verschillende genen die belangrijk zijn; die voor zwart/bruin en die voor geel. Laten we beginnen met zwart en bruin. Zwart en bruin zijn twee verschillende versies (allelen) van één gen. Zwart is een dominant allel, dit betekent dat als een hond één zwart allel heeft geërfd van zijn vader of moeder hij zelf ook zwart zal zijn. We schrijven de letter voor zwart daarom met een hoofdletter B (van ‘Black’). Bruin is een recessief allel, en duiden we daarom aan met de kleine letter b. Dit betekent dat een hond twee bruine allelen moet erven (dus één van vaderskant en één van moederskant) om zelf bruin (bb) te zijn.

Als een dier twee dezelfde allelen op een bepaald gen heeft, noemt men dat homozygoot. Bijvoorbeeld, een bruine Labrador heeft twee b-allelen (immers, bruin is recessief, en aangezien de hond bruin is moet hij wel twee bruine allelen hebben) en is dus altijd homozygoot voor de eigenschap ‘bruine kleur’. Een zwarte Labrador kan homozygoot zijn voor zwart, dan heeft hij twee dominante zwarte allelen (BB). Hij kan echter ook heterozygoot zijn, dit betekent dat hij twee verschillende allelen heeft. In dit geval één voor zwart en één voor bruin, dus Bb.

geel

Dan de kleur geel. Geel is een recessieve eigenschap, de letter die gebruikt wordt om geel aan te duiden is de e, de letter voor ‘niet geel’ is E. Omdat geel recessief is heeft een hond ee nodig (hij moet het dus van vaders- en moederskant erven) om de kleur te laten zien. Het bijzondere van het ‘geel-gen’ is dat het het bruin/zwart gen maskeert. Dit wil zeggen, alle gele honden zijn ook bruin (bb) of zwart (Bb/BB), maar als ze geel zijn (ee) zie je dit niet terug in hun vacht. Je kan het wel zien aan de kleur van hun neus, lippen en oogranden; een gele hond met lichtbruin gekleurde neus, lippen en oogranden is homozygoot voor bruin (bb) (dit wordt overigens gezien als een fout; een reden waarom veel fokkers geen gele en bruine honden kruisen). Een gele hond met een zwarte neus, donkere lippen en oogranden is heterozygoot of homozygoot zwart (Bb of BB, welke van deze twee is niet aan de buitenkant te zien). 

Geel komt voor in verschillende tinten, van licht crème dat bijna wit lijkt, tot heel donker rood-goud en alles daar tussen. De precieze tint geel die een hond laat zien wordt door een aantal andere genen beïnvloed. In de regel kan met zeggen dat lichtgele honden samen lichtgele pups voortbrengen, donkergele honden samen donkergele pups, en dat een lichte en donkergele hond samen gemiddeld-gele pups krijgen. Op het plaatje hier onder ziet u de drie kleuren afgebeeld met de allelen.

Bron: wikipedia

Verrassingen & uitzonderingen

Omdat geel net als bruin een recessieve eigenschap is kan het verborgen aanwezig zijn. Je kan bijvoorbeeld twee zwarte honden (of een zwarte en een bruine) kruisen en dan ineens gele pups in het nest hebben. Dit geldt ook voor bruin; twee zwarte honden (of bijvoorbeeld een zwarte en een gele) kunnen ineens een aantal bruine pups voortbrengen. Dit betekent dat beide honden ooit een voorouder moeten hebben gehad die bruin of geel was. Dit bruine of gele allel kan generaties lang onzichtbaar zijn doorgegeven, totdat het toevallig tot uiting kwam toen twee honden die allebei zo’n onverwacht onzichtbaar allel droegen gekruist zijn. Tegenwoordig zijn er DNA testen beschikbaar om vast te stellen welke kleuren een reu of teef draagt, dus dergelijke verrassingen kunnen voorkomen worden.

Bron: Enter The Lab

labjes van den waterpot

Scroll naar boven