Labrador retriever

Gezondheid

Home >> Labrador Retriever >> Gezondheid

Helaas zoals bij elk ras/hond kunnen ook Labradors ziek worden. Gemiddeld genomen komen een aantal aandoeningen wat vaker bij Labradors voor. Hieronder staan de meest voorkomende aandoeningen met daarbij informatie over de aandoening.

Atopische dermatitis / allergie
Atopische dermatitis is een ontsteking van de huid door een allergische reactie op stoffen uit de omgeving, bijvoorbeeld huisstofmijt of pollen van grassen of bomen. Dit kan jeukklachten geven over het hele lichaam, maar voornamelijk aan de poten, in de liezen en op de rug bij de staartbasis. Honden kunnen deze plekken tot bloedens toe kapot bijten, likken en krabben. Er kunnen ook infecties, kale plekken en bultjes ontstaan.
Bron: www.licg.nl

Koperstapeling/CAH (copper associated hepatitis)
Koperstapeling is een erfelijke aandoening bij de hond, die onder andere wordt veroorzaakt door een genetisch defect in het ATP7B-gen. Koper uit voeding en drinkwater wordt normaal opgeslagen in de lever. Een teveel aan koper wordt uitgescheiden via de gal. Bij honden met koperstapeling stapelt dit koper zich echter op in de lever en zorgt het voor een leverontsteking (hepatitis).
Bron: www.uu.nl

ED (elleboogdysplasie)
Elleboogdysplasie (ED) is een ontwikkelingsstoornis van met name het kraakbeen in de gewrichten. Het kan erfelijk zijn, maar omgevingsfactoren dragen vaak ook bij aan het ontstaan van deze aandoening. Sommige honden kunnen op jonge leeftijd al ernstige problemen ondervinden door ED. Bij andere honden leiden ernstige misvormingen in het gewricht pas op latere leeftijd tot kreupelheid. Om echt te kunnen zien of je hond ED heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn gewrichten nodig. Het ED-onderzoek richt zich op vier verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht. Al deze aandoeningen kunnen leiden tot misvormingen in het gewricht en kreupelheid. Het aantal te maken röntgenfoto’s verschilt per ras. Internationaal komen beoordelaars samen om te zorgen dat alle landen op gelijke manier de ellebogen beoordelen. 

Vormen van ED zijn:

ED vrij
  • los processus anconeus (LPA) / – los processus coronoïdeus (LPC): 
    hierbij ligt een stukje bot van de ellepijp los in het gewricht
  • osteochondrosis dissecans  van de mediale humeruscondyl (OCD):
    afwijking in het gewrichtskraakbeen van de bovenarm
  • incongruentie van het gewrichtsvlak van radius en ulna met de humerus:
    de drie botten in het ellebooggewricht (spaakbeen, ellepijp en bovenarm) sluiten niet goed op elkaar aan in het gewricht.

Deze vormen kunnen apart of samen voorkomen en elkaar beïnvloeden.
Symptomen zijn pijn en kreupelheid aan één of beide voorpoten. Deze treden al op vanaf een leeftijd van rond 6 maanden. Later ontstaat ook artrose (gewrichtsslijtage).

Er zijn verschillende FCI-einduitslagen mogelijk:

  • ED-vrij betekent dat er geen afwijkingen zijn gevonden
  • ED 1 (graad 1): Er is sprake van artrose in het gewricht.
  • ED 2 (graad 2): Er is verdenking of constatering van een matige vorm van elleboogdysplasie.
  • ED 3 (graad 3): Er is verdenking of constatering van een ernstige vorm van elleboogdysplasie.

Bron: www.rashondengids.nl

HD (Heupdysplasie)
Heupdysplasie (HD) is een ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Het kan erfelijk zijn, maar omgevingsfactoren spelen ook een rol bij de ontwikkeling. Een hond kan veel last hebben van HD, maar dat hoeft niet. Aan de buitenkant kun je niet zien of een hond HD heeft, dus als je hond goed kan lopen, hoeft dat nog niet te zeggen dat zijn heupen perfect zijn. Om echt te kunnen zien of je hond HD heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn heupen nodig.

Er zijn verschillende FCI-einduitslagen mogelijk:

  • HD A (=negatief): 
    je hond is op basis van de röntgenfoto vrij van HD; dit betekent niet dat je hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
  • HD B (=overgangsvorm):
    op de foto’s zijn kleine veranderingen zichtbaar die het gevolg zijn van heupdysplasie.
  • HD C (=licht positief) of HD D (=positief): 
    je hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD.
  • HD E (=positief in optima forma): 
    de heupgewrichten zijn ernstig misvormd.
HD A – Norbergwaarde 35.0

Houd er rekening mee dat een HD A uitslag niet betekent dat je hond nooit last zal krijgen van HD. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen ook niet dat de hond er beslist last van zal krijgen. Het is wel verstandig om er op te letten dat je (de heupgewrichten van) je hond niet te zwaar belast. In geval van twijfel kun je dit met je dierenarts bespreken.
Bron: www.houdenvanhonden.nl

Obesitas (overgewicht)
Overgewicht of obesitas bij honden ontstaat wanneer de energieopname hoger is dan het energieverbruik. Dat kan zijn doordat een dier te veel eet of juist te weinig energie verbrandt, bijvoorbeeld door te bewegen. De overtollige energie wordt door het lichaam als vet opgeslagen, waardoor overgewicht kan ontstaan. Sommige rassen, waaronder de Labrador, hebben meer aanleg om overgewicht te ontwikkelen.
Bron: www.licg.nl

Oogaandoeningen
Bij het ECVO ( European College of Veterinary Opthalmologists) onderzoek wordt de hond gecontroleerd op een hele rij aan verschillende erfelijke en als erfelijk beschouwde oogaandoeningen. Voor de fokkerij is het verplicht om ouderdieren te testen. De uitslag van de test is 12 maanden geldig en kan alleen uitgevoerd worden door een dierenarts die als panellid is erkend door de ECVO. Op deze manier proberen we de kans op oogaandoeningen zo klein mogelijk te maken.
Hieronder staan een aantal aandoeningen hiervan die belangrijk zijn voor de Labrador.

  • Pcrd-PRA (Progressieve Retina Atrofie)
    Een aandoening waarbij het netvlies langzaam steeds verder beschadigd raakt en de hond uiteindelijk blind wordt.
    Het is mogelijk om door middel van een DNA-test de aanwezigheid van deze oogafwijking op te sporen.
  • RD (Retina Dysplasie)
    Het netvlies ontwikkeld zich niet naar behoren. Daardoor ontstaat er vervorming van het netvlies. Deze onderscheiden zich in drie gradaties (multi)focaal, geografisch en totaal. De gradatie geografisch en totaal, kan leiden tot beperking van het zicht of zelfs blindheid. Bij de Labrador komt vrijwel alleen de lichte (multi)focaal variant voor.
  • Entropion/ectropion/distichiasis
    Entropion (een hangend ooglid) is het naar binnen krullen van het ooglid. Deze raakt chronisch geïrriteerd raakt. Ectropion (een hangend ooglid) is het naar buiten hangen van het onderooglid, waardoor het oog uitgedroogd en deze beschadigd kan raken.
    Distichiasis is een verkeerd geplaatst haartje, waarbij één of meerdere extra haren groeien op de ooglidrand of in het oogslijmvlies.
    Deze drie aandoeningen zijn opgenomen als fokuitsluitend in het fokreglement van de rasvereniging NLV.
  • Cataract (staar)
    Cataract ook wel bekend als grauwe staar, is een vertroebeling van de ooglens, die ook wel grauwe of grijze staar wordt genoemd. Cataract wordt meestal geleidelijk steeds erger en leidt uiteindelijk tot een verslechtering van het gezichtsvermogen. Stofwisselingsstoornissen, externe beschadiging van de ooglens en erfelijke factoren kunnen meespelen in het ontstaan van cataract.
    Er zijn dus verschillende vormen van cataract die, afhankelijk van de vorm, aangeboren kunnen zijn of op latere leeftijd (bijv. vanaf een jaar of 5/6) kunnen ontstaan.
    Aangedane honden raken hier over het algemeen niet blind door, maar cataract is wel erfelijk en opgenomen als fokuitsluitend in het fokreglement van de NLV. 

DNA
Aandoeningen die doormiddel van een DNA onderzoek testbaar zijn.

Er komen bij de Labrador een aantal erfelijke aandoeningen voor waarvoor gemakkelijk te testen is middels een DNA test. Deze aandoeningen vererven autosomaal recessief, wat betekent dat het slechts een mutatie van één gen is dat de aandoening veroorzaakt. Van elk gen heeft een hond twee kopieën. Dit houdt in dat honden één, twee, of geen ‘defecte’ kopieën van dat ene ziekte-veroorzakende gen kunnen hebben. 

Een hond met twee defecte kopieën is lijder aan de aandoening; deze hond heeft symptomen van de aandoening en is zichtbaar aangedaan. 

Een hond met geen enkele defecte kopie is vrij van de aandoening, hij of zij heeft de aandoening niet, heeft geen symptomen, draagt geen enkel defect gen, en kan het daardoor ook niet doorgeven aan het nageslacht.

Een hond met één defecte kopie en één normale kopie van het gen tenslotte is drager van de aandoening. Deze hond heeft zelf nergens last van, vertoond geen symptomen, is helemaal gezond, maar kan die ene defecte kopie wel doorgeven aan grofweg de helft van zijn/haar pups. Dit is opzich geen enkel probleem, zolang de partner van deze hond maar vrij is van die aandoening. Op die manier kunnen de pups namelijk nooit twee defecte kopieën krijgen en kunnen ze zelf nooit ziek worden. 

Bij het fokken is het dus belangrijk om geen combinaties te maken waaruit honden geboren kunnen worden die twee defecte kopieën van een gen kunnen krijgen. Dit kan door een drager van een defecte kopie altijd te combineren met een partner die vrij is van dat specifieke defect. Zo kunnen dragers met een gerust hart en zonder risico ingezet worden voor de fokkerij.

De meest voorkomende aandoeningen bij de Labrador waarvoor middels een DNA test te testen valt zijn:

  • Prcd-PRA: Progressive rod/cone degeneration-Progressieve Retina Atrofie. De bij Labradors meest voorkomende vorm van PRA (afbraak van het netvlies), waarbij de staafjes en in het netvlies afgebroken worden leidend tot permanente blindheid.
  • EIC: Exercise Induced Collapse. Een aandoening waarbij de hond tijdens intensieve activiteit zoals spelen of werken verzwakt, oververhit raakt en ‘instort’. Na zo’n 30 minuten rust herstelt de hond langzaam weer.
  • HNPK: Hereditary Nasal Parakeratosis. Een erfelijke huidafwijking waarbij er pijnlijke kloven en korsten vormen op de neus.
  • SD2: Skeletal Dysplasia 2. Afwijking/vervorming van het skelet, waarbij de hond een vorm van dwerggroei vertoont. Vaak toont een SD2-lijder opvallend kortere (voor)poten en een normale lichaamslengte. 
  • CNM: CentroNucleaire Myopatie, ook bekend als HMLR, Hereditary Myopathy of Labrador Retrievers. Spierafwijking (myopatie) waarbij de spiermassa bij lijders opvallend kleiner is, leidend tot spierzwakte en een slechter uithoudingsvermogen. 

Naast bovenstaande enkelvoudig recessieve aandoeningen is er nog een extra aandoening die belangrijk is om te testen; RD/OSD. 

  • RD/OSD : Retinale Dysplasie/OculoSkeletal Dysplasia. Vervorming van het netvlies in combinatie met vervormingen van het skelet. 

Deze aandoening vererft anders, want hier vertonen ook de dragers met maar één defecte kopie van het gen (lichte) symptomen. Het is dus belangrijk dat beide honden hier vrij zijn en er in het geval van RD/OSD ook niet met dragers gefokt wordt.

Door met een wattenstaafje wat wangslijm van de honden af te nemen en dit op te sturen naar een laboratorium voor onderzoek zorgen we dat we weten welke aandoeningen onze dames mogelijk kunnen dragen en waar ze vrij van zijn. Zo weten we welke reuen we wel of niet kunnen kiezen om een verantwoorde combinatie mee te maken, zodat we de kans op aandoeningen zo klein mogelijk maken.
Bron: www.enterthelab.nl

labjes van den waterpot

Scroll naar boven